Op grond van samenlevingscontract ook verevening van voorhuwelijks pensioen
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad, waarbij zij in februari 2006 een notarieel samenlevingscontract hebben gesloten. Enkele maanden later, in december 2006, zijn partijen met elkaar in het huwelijk getreden.
In de huwelijkse voorwaarden hebben partijen het volgende afgesproken: ‘voor zover de ene echtgenoot na de huwelijkssluiting en voor de echtscheiding (…) pensioenrechten heeft opgebouwd, heeft de andere echtgenoot recht op pensioenverevening overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.’
Het huwelijk van partijen wordt in 2015 door echtscheiding ontbonden.
De vrouw stelt dat zij op grond van het samenlevingscontract ook recht heeft op verevening van het buitenlandse pensioen dat de man voorafgaand aan het huwelijk heeft opgebouwd. Zij verwijst in dit kader naar de volgende bepaling in het samenlevingscontract: ‘Ten aanzien van de tijdens de duur van de samenwoning opgebouwde pensioenrechten voor ouderdomspensioen, zal bij het beëindigen van de samenwoning anders dan door overlijden een verevening plaats hebben overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.’
De man stelt zich op het standpunt dat de verevening van het voorhuwelijkse pensioen is vervallen door de nadien overeengekomen huwelijkse voorwaarden.
In hoger beroep overweegt het Hof dat het hier aankomt op de uitleg van de samenlevingsovereenkomst en de huwelijkse voorwaarden (Haviltex-maatstaf).
Naar het oordeel van het Hof heeft de man nagelaten om uit te leggen waarom partijen, bij omzetting van een samenlevingsovereenkomst in een huwelijk, afstand zouden hebben gedaan van op grond van die overeenkomst verkregen vereveningsaanspraken. Die toelichting had de man temeer moeten geven, nu ook tijdens de samenleving door het samenlevingscontract de verzorgingsverplichting ex artikel 1:81 BW gold en pensioenverevening als uitdrukking van die verplichting mag worden beschouwd (HR 5 april 2002, LJN AD9113). Weliswaar biedt artikel 4 Wvps de mogelijkheid om het regime van de Wvps ook te laten gelden voor het pensioen opgebouwd in de jaren voor het huwelijk, maar dat partijen bij het afspreken van hun huwelijksvoorwaarden niet hebben gekozen voor die uitbreiding van het wettelijke regime betekent niet dat zij daarmee afstand hebben gedaan van hun voorafgaand aan het huwelijk (op grond van het samenlevingscontract) opgebouwde vereveningsaanspraken.
Het Gerechtshof concludeert dat de verplichting tot verevening van de tijdens de duur van de samenwoning opgebouwde pensioenrechten niet is komen te vervallen.
De uitspraak is hier na te lezen.