Schadeplichtigheid wegens niet aanmelden partner bij pensioenfonds
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en samengewoond. In 2009 hebben zij een notarieel samenlevingscontract gesloten, waarin zij elkaar over en weer hebben aangewezen als partnerpensioengerechtigde en afgesproken hebben daarvan melding te zullen maken bij hun pensioenfonds.
In september 2017 hebben partijen hun relatie en samenwoning beëindigd.
M1 heeft voldaan aan de afspraak in het samenlevingscontract en M2 als partner aangemeld bij zijn pensioenfonds. M2 heeft dat nagelaten, waarmee hij zich volgens M1 schuldig heeft gemaakt aan wanprestatie. M1 vordert primair dat M2 afstand doet van alle voor hem opgebouwde partnerpensioenrechten, met als gevolg dat de waarde daarvan aanwast bij zijn ouderdomspensioen. Subsidiair vordert M1 schadevergoeding.
M1 stelt zich op het standpunt dat M2 zich eenzijdig aan de tussen partijen gemaakte afspraken heeft onttrokken. Gevolg is dat, mocht M2 overlijden, M1 in strijd met de afspraken niet gerechtigd zal zijn tot enig partnerpensioen. M1 lijdt als gevolg hiervan schade. De waarde van zijn ouderdomspensioen is afgenomen recht evenredig met de door hem voor M2 opgebouwde waarde ter zake van partnerpensioen, terwijl daar geen partnerpensioen voor M1 tegenover staat, mocht M2 overlijden. M2 is niet in staat de gevolgen van zijn verzuim te herstellen: hij kan M1 als ex-partner niet alsnog met terugwerkende kracht bij zijn pensioenfonds aanmelden. De enige wijze waarop hij de gevolgen van zijn verzuim c.q. wanprestatie ongedaan kan maken, is door alsnog afstand te doen van alle voor hem opgebouwde partnerpensioenrechten.
In hoger beroep overweegt het Hof dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming door M2 van de samenlevingsovereenkomst. Tenslotte heeft M1 zich wel aan de daarin gestelde verplichtingen gehouden, terwijl M2 dat niet heeft gedaan. Het gevolg daarvan is dat M2 als ex-partner van M1 wel een (voorwaardelijk) recht heeft op partnerpensioen jegens het pensioenfonds van M1, doch dat M1 – door het nalaten van M2 – geen (voorwaardelijk) recht op partnerpensioen jegens het pensioenfonds van M2 heeft.
Op grond van artikel 6:74 BW is M2 schadeplichtig jegens M1. Het Hof wijst echter de primaire vordering van M1 af, omdat hij geen partiële ontbinding van de samenlevingsovereenkomst vordert. M1 heeft zich gehouden aan zijn verplichting in het samenlevingscontract en daaruit vloeit een recht voor M2 voort, hetgeen zonder partiële ontbinding van het contract niet ongedaan kan worden gemaakt. De subsidiaire vordering van M1 wordt wel toegewezen. M2 moet de schade van M1 vergoeden. Het Hof bepaalt dat de omvang daarvan nader bij staat zal moeten worden opgemaakt.
De uitspraak is hier te lezen.