Man kan tweede huis niet meer betalen vanwege verevening ouderdomspensioen
In deze zaak moest het hof beoordelen of de man mocht vertrouwen op informatie van Pensioenfonds Aon – kort voor de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen – over de hoogte van de door hem opgebouwde pensioenrechten, waarbij abusievelijk geen rekening was gehouden met aftrek van het deel dat toekwam aan zijn ex-partner (zo lang zij beiden in leven zijn). Alsmede of hij aanspraak kan maken op schadevergoeding wegens schending van Pensioenfonds Aon van haar informatieplicht.
De man stelt dat hij erop mocht vertrouwen dat de jarenlange informatieverstrekking van Pensioenfonds Aon correct was, op basis waarvan hij onomkeerbare beslissingen heeft genomen. Om die reden is de man van mening dat in dit geval het pensioenreglement niet leidend is en Pensioenfonds Aon de voorgespiegelde en ook aanvankelijk uitgekeerde pensioenuitkeringen van € 3.076,79 bruto per maand aan hem dient te blijven voldoen. De man stelt schade te hebben geleden doordat Pensioenfonds Aon haar verplichting om hem correct te informeren niet is nagekomen. De geleden schade bestaat eruit dat hij een hypotheek heeft genomen voor de aankoop van een tweede huis, maar dat het hem nu ontbreekt aan voldoende inkomen om de hypotheeklasten te betalen en de verbouwing van zijn tweede huis te voltooien, met als gevolg dat hij thans nu een onverkoopbaar huis bezit. Als Pensioenfonds Aon hem juist had geïnformeerd, dan had zijn pensioenuitkering hoger kunnen zijn omdat hij dan opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen had gebruikt voor extra pensioenopbouw, de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen had uitgesteld en het opgebouwde bedrag aan flexibel prepensioen had toegevoegd aan zijn pensioenopbouw, aldus de man. Pensioenfonds Aon bestrijdt de standpunten van de man.
Het hof stelt voorop dat een pensioenberekening van een pensioenfonds ten behoeve van een deelnemer niet aan te merken is als een toekenning van pensioenaanspraken. Het pensioenfonds is enkel de uitvoerder van de pensioenaanspraken die de werknemer op grond van een pensioenovereenkomst met zijn werkgever heeft opgebouwd. De hoogte van pensioenaanspraken vloeit voort uit het betreffende pensioenreglement. Het pensioenreglement, met inachtneming van de daarop van toepassing zijnde wettelijke bepalingen, vormt daarom de basis voor de berekening van de hoogte van de pensioenaanspraken van een deelnemer. Een mededeling van de opgebouwde pensioenaanspraken door het pensioenfonds aan de werknemer is in de verhouding tussen het pensioenfonds en de werknemer enkel een administratieve handeling en geen rechtshandeling (vide HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8462, r.o. 3.5).
Een en ander brengt met zich mee dat het beroep van de man op gerechtvaardigd vertrouwen als bedoeld in artikel 3:35 BW met betrekking tot de informatie over de hoogte van zijn ouderdomspensioen in de brief van Pensioenfonds Aon en in verschillende, eerder door Pensioenfonds Aon toegezonden, UPO’s faalt. De vermelding van het volledige ouderdomspensioen in de brief van Pensioenfonds Aon, zonder rekening te houden met de verevende aanspraak op ouderdomspensioen van de ex-partner van de man mocht dus door Pensioenfonds Aon worden aangepast toen het pensioenfonds het verevende ouderdomspensioen rechtstreeks aan de ex-partner van de man ging uitbetalen, zoals in het echtscheidingsconvenant in 2000 was bepaald. Dit houdt in dat de primaire vordering van de man niet toewijsbaar is.
Het hof merkt daarbij nog op dat die vermelding ook niet onjuist was, omdat bij uitbetaling van het volledige ouderdomspensioen aan de man op hem een wettelijke verplichting rust om het aan zijn ex-partner toekomende deel aan haar door te betalen. Indien de ex-partner van de man eerder zou overlijden dan de man, dan vervalt die verplichting tot doorbetaling. Na toepassing van verevening, zal Pensioenfonds Aon weer het volledige ouderdomspensioen aan de man moeten uitbetalen op het moment dat de ex-partner van de man overlijdt. Evenzo vervalt het recht van de ex-partner van de man op doorbetaling van ouderdomspensioen bij overlijden van de man. Vanaf het overlijden van de man, hebben de partner van de man, als zijn ex-partner recht op uitbetaling door het Pensioenfonds Aon van hun nabestaandenpensioenrechten.
Het hof is met de man van oordeel dat op Pensioenfonds Aon de plicht rust om hem van juiste en volledige informatie te voorzien. In het midden kan blijven of Pensioenfonds Aon de man onjuist heeft geïnformeerd over de hoogte van zijn ouderdomspensioen en/of tegenover hem een onrechtmatige daad heeft gepleegd, en of de man zich te goeder trouw op de rechtsgevolgen van de gestelde schending van de informatieplicht kan beroepen. De man heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat hij daardoor schade heeft geleden.
Dat de man gerekend had op een hoger maandelijks ouderdomspensioen en nu naar eigen zeggen over onvoldoende inkomen en vermogen beschikt om de hypotheeklasten en verbouwingskosten van zijn tweede huis te betalen, vormt op zichzelf geen schade. Hij ontvangt immers niet minder pensioen dan waar hij recht op heeft.
Het hof acht bovendien aannemelijk dat de man sinds 2017 een aanzienlijk vermogen heeft opgebouwd in het tweede huis omdat de huizenprijzen sinds 2017 aanzienlijk zijn gestegen, zoals Aon heeft aangevoerd. Dat het tweede huis van de man in onvoltooide staat niet verkoopbaar is, acht het hof onaannemelijk en heeft hij onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Het is een feit van algemene bekendheid dat er – al jaren – een tekort is aan koophuizen en dat de huizenmarkt zeer gunstig is voor verkopers. Door zijn tweede huis te verkopen, kan de man zijn hypotheeklasten ten aanzien van dat huis beëindigen.
Dat de man er niet voor heeft gekozen om door uitruil van vakantiedagen, flexibel prepensioen en uitstel van de ingangsdatum van zijn ouderdomspensioen een hoger maandelijks ouderdomspensioen te verkrijgen, betekent evenmin dat hij schade heeft geleden. Door van uitruil af te zien, heeft de man zijn vakantiedagen en flexibel prepensioen immers genoten, terwijl uitstel van de ingangsdatum van het ouderdomspensioen niet leidt tot een hoger ouderdomspensioen, maar tot het uitsmeren van de waarde van zijn ouderdomspensioen over een kortere periode.
Het hof gaat dan ook voorbij aan het bewijsaanbod van de man, omdat dit ofwel niet terzake dienend is, danwel onvoldoende concreet. De conclusie is dat het hoger beroep van de man niet slaagt. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de man als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.
De volledige tekst van de uitspraak is hier te lezen.