Pensioenverevening niet uitgesloten in huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 2013 het volgende in hun huwelijksvoorwaarden overeengekomen: “Partijen zijn uitdrukkelijk overeengekomen dat geen periodieke en/of finale verrekening van inkomsten en/of vermogen, noch van al dan niet ingegane (ouderdoms)pensioenrechten zal plaatsvinden.”
In het kader van hun echtscheiding twisten partijen over de vraag of de vrouw recht heeft op de door de man opgebouwde pensioenaanspraken.
In navolging van de Rechtbank overweegt het Hof als volgt. Artikel 2 WVPS bepaalt dat in geval van scheiding en voor zover de ene echtgenoot na de huwelijkssluiting pensioenaanspraken heeft opgebouwd, de andere echtgenoot overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet recht heeft op pensioenverevening, tenzij de echtgenoten de toepasselijkheid van deze wet hebben uitgesloten bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding. Bij partijen is dat niet het geval.
Uitsluiting in de huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant behoort te geschieden in bewoordingen waaruit blijkt dat beoogd is om de toepasselijkheid van deze wettelijke regeling uit te sluiten, en dat is in de huwelijkse voorwaarden van partijen niet opgenomen. Bovendien ziet – blijkens de tekst – de bepaling in de huwelijksvoorwaarden uitsluitend op verrekening. Verevening wordt niet genoemd. Ook elders in de huwelijkse voorwaarden is geen uitsluiting van de toepasselijkheid van de WVPS vastgelegd.
Zowel de Rechtbank, als het Hof bepaalt dat de vrouw recht heeft op verevening van het door de man opgebouwde pensioen.
Deze uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 24 mei 2016 kan hier worden teruggevonden.